plaatje
"Het Land van Leeghwater" -- De Starnmeer
Indexpagina
"Het Land van Leeghwater"
Inleiding
Meningen
Schermereiland
Beemster
Purmer
Heerhugowaard
Schermer
Wijde Wormer
Enge Wormer
Starnmeer
Leeghwatergekte
Stoomtram door de Beemster en de Schermer
Tramlijn door de Purmer en de Zuidpolder
Stoomtram door de Egmondermeer
Zuiderkogge-tramlijn
De poldermolens van de Beemster
De opschepingen van de Beemster
Twintig overhalen in de Beemster?

De initiatiefnemers

In De Rijp vormden de hervormden een minderheid ten opzichte van het doopsgezinde bestuur. Begin zeventiende eeuw drongen de hervormde schepenen, na de verbouw van de doopsgezinde Grote Kerk, aan op financiering van de verbouw van hun eigen kerk. Maar dat zag de doopsgezinde vroedschap niet zo zitten. Daarom besloten ze, onder het mom van een verbouwing van ƒ 5000, eerst een nieuw en duur raadhuis van uiteindelijk ƒ 24.000 te bouwen, waardoor voor de kerk voorlopig geen geld was. Om de gemoederen te sussen vroegen en verkregen ze het recht om accijns te heffen over de dikke bieren. Maar toen dat recht eenmaal aan Alkmaar verpacht was, kwam de vroedschap er toch snel weer op terug, met een dikke boete als gevolg.

Vervolgens gaven zij het in 1628 "dezen glimp dat men zoude uyt de Stermeer wel middelen vinden om de kerc te maecken daer men nu versochten om octroy van te crijgen." ... Onder voorwaarde dat meester Steven --blijkbaar de intellectueel onder de heren-- alles in het werk zal stellen om bij de Staten het octrooi te verkrijgen, wordt hem vast één kwart van het meer toegezegd. Daarmee werd blijkbaar de kans op winst al goeddeels verspeeld. Onze Calvinistische verslaggever merkt tenminste bitter op: "Also hebbense eer het was vercregen, wechgegeven hetgene dat voor de Armen ende Kerc versocht wierde"."
Citaat uit Jan Adriaenszoon Leeghwater, door J.G. de Roever.

Omdat de Staten een negatief advies kregen van Uitwaterende Sluizen, begonnen de Rijpers ook nog stukken van de toekomstige polder aan hoogeplaatste personen te beloven om ze gunstig te stemmen. Ze verkregen het octrooi op 30 maart 1632, met de verplichting ƒ 12.000 aan Uitwaterende Sluizen te betalen voor het maken van een nieuwe uitwateringssluis. Verder eiste Alkmaar het verbreden van de zuidelijke ringvaart van de Schermer, alsmede een kanaal dwars door de nieuwe polder ten behoeve van de scheepvaart op Purmerend. Jan Adriaenszoon Leeghwater maakte voor het verbreden van de Schermerringvaart een bestek, maar gedurende drie jaar bleven de bedijkers over al deze moeilijkheden alleen maar vergaderen. Overigens werd de Schermerringvaart pas verbreed bij de aanleg van het Noordhollands Kanaal in de negentiende eeuw.

De uitvoering

Tussen het einde van 1631 en het voorjaar van 1633 besteedde Leeghwater zeventien dagen aan meetwerk en het maken van diverse kaarten ten behoeve van de Starnmeerbedijking. Daarvoor vroeg hij ƒ 4 per dag, dat geld kreeg hij pas op 14 oktober 1640 uitbetaald van de nieuwe onderneming.

In 1635 werd eindelijk begonnen met de aanbesteding en uitvoering van de bedijking, ondanks voortdurende tegenwerking van Alkmaar, Hoorn en allerlei andere omliggende plaatsen, alsmede de hervormde schepenen van De Rijp, die wat graag wilden meedelen in de verwachte winst op de bedijking.... Leeghwater werd als adviseur gevraagd diverse bestekken en een kostenberekening te maken voor de dijk en de ringsloot. Hierbij maakte hij een kapitale rekenfout, waardoor het berekende gemiddelde bedrag per morgen bijna ƒ 100 te rooskleurig werd.

Maar de kosten rezen de pan uit, de aannemers moesten toch uitbetaald en land voor de ringdijk aangekocht worden. De kosten per morgen zouden volgens een zeer groffe schatting van Leeghwater zeker het dubbele gaan bedragen van die bij de Beemster. Met steeds nieuwe leningen probeerden de bedijkers alle werklieden aan het werk te houden ....

In april 1637 maakte Leeghwater een bestek waarin vier schepradmolens waren begroot. Op 20 juni 1637 maakte hij samen met IJsbrant Jansz. de Lange (overigens degene die er in 1612 als de kippen bij was om als eerste de net gebouwde Beemsterbrug te berijden) een nieuw bestek met daarin zes schepradmolens. Op 5 maart 1638 volgde een derde bestek van Leeghwater, dat zo ingewikkeld is dat hij er zelf ook niet helemaal meer uit kwam. De onderneming bleek trouwens zo duur te worden dat het gemeentebestuur van De Rijp eraan failliet dreigde te gaan en ermee stopte. Het doopsgezinde dorpsbestuur had zijn doel bereikt: men wilde toch van het begin af eigenlijk al geen geld verdienen om een gereformeerde kerk te bouwen. Hiermee verdween ook Leeghwater uit beeld, hij vertrok naar Amsterdam.


plaatje

Nieuw begin

Vanaf 7 juli 1638 nam een nieuwe compagnie de droogmaking over, onder leiding van de burgemeesters van Hoorn, Enkhuizen, Monnickendam en Purmerend, en Reijnier Pauw de Jonge. Wel betrokken ze nog er enige kapitaalkrachtige oude Hoofdingelanden bij, zoals IJsbrant Jansz. de Lange. Op 15 april 1639 verkregen zij een nieuw octrooi waarin het project en alle gemaakte afspraken met belanghebbenden uit de omgeving eindelijk definitief werden vastgelegd.

Op de afbeelding een schilderij van Thomas de Keyser, tonend Dr. Reynier Pauw, heer van ter Horst, Heer van Nieuwerkerk, hoofdingeland van de Schermer [onzeker is of dit dezelfde Pauw was van de Starmeer].

Er werden in 1641 twee scheprad- en twee vijzelmolens aanbesteed, maar in 1642 werden er toch vier vijzelmolens gebouwd, waarvan één tweedehandse wipmolen. De heren gingen voortvarend te werk, want in 1643 voltrokken zij de hele bedijking. Doordat De Rijp in het begin de hoogste kosten had gehad, kon de nieuwe onderneming zelfs nog met winst worden afgesloten!

Conclusie

"Leeghwater. Overzien wij zijn aandeel in de totstandkoming onzer droogmakerijen, dan komen wij slechts tot uiterst povere resultaten. Hij was hier slechts één der velen. En dat hij de beste zou zijn, is zeer de vraag. Waar wij van zijn werk tenminste enigermate nauwkeurig op de hoogte zijn --bij de bedijking van Starnmeer en Kamerhop-- kunnen wij moeilijk een hoge dunk van zijn technische kennis en prestaties krijgen."
Jan Adriaenszoon Leeghwater, J.G. De Roever, 1944.

Verder naar Leeghwatergekkigheid
Impressum
plaatje Klik hier voor de Indexpagina

© 2005-2014 Michiel Hooijberg